Bas Staart (1988-2010), internettert without a cause

loveVoor zijn omgeving is het niet als een verrassing gekomen, al kwam het uiteindelijke bericht voor de weinigen die nog om hem heen stonden uiteraard toch nog als een schok. Vandaag bereikte ons het trieste nieuws van het verscheiden van Bas Staart, internetter van 2009-2010, lid van deze redactie vanaf het eerste uur. Het laatst werd hij gezien op een kil perron, waar de oostenwind gierde en de digitale Fyra op het punt stond langs te komen. Laten we het eerlijk zeggen: Staart was de internetwereld meer dan beu, en dat gevoel was geheel wederzijds.

Hij had gemerkt hoe hij steeds vaker gekluisterd zat aan het scherm, en dat hij dingen van GeenStijl en Retecool aan het lezen was. Zelfs de reacties! Ergst van al: Hij had gemerkt dat hij ging denken als een internetter (beter is: hij had gemerkt hoe hij niet ging denken als een internetter), dat hij ging reageren als een internetter, dat hij ging praten als een internetter. Hij meende dat de dood verre te verkiezen was boven dat.

Ach!

Ooit zat hij zo heerlijk in zijn zonnige tuin op het platteland, te luisteren naar Kraftwerk, en theorietjes op te bouwen over de betekenis van het werk van Hutter en Schneider. Was ‘1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8’ immers niet gewoon Barnett Newman in popmuziek? Computerliebe, dat was toch een prelude op internetdating? Radioaktivität, over hoe alle vormen van verfijning van techniek uiteindelijk leiden tot het uitspuwen van monsters.

Staarts aandelen deden het geweldig, zijn vrouwtje was twee keer zo slim als de hele redactie van Wegmetinternet zelfs maar meende te zijn, zijn baas stuurde hem dik doorbetaald naar verre windstreken, en zelfs zijn voetbalclub leek zich te herstellen van een jarenlang onstuitbaar lijkende neergang.

Tussendoor las hij Dostojevski, Nabokov, Babovic of Prediker – en terwijl zijn vrouwtje hem warme thee schonk, net een beetje te warm om meteen te drinken, bleek de wereld volmaakt. Niets zou hem nog kunnen raken! Maar wat was dat daar in de verte? Een onweerswolk?

In het wat verwarde afscheidsbriefje dat Staart naliet – het lag op dat kille perron, een stukje voortgewaaid door de oostenwind en de digitale Fyra – stond wat hij als zijn grootste fout beschouwde: Op het internet gaan. Alles wat hij had gedacht, en gemeend had te berde te moeten brengen, was….

Vermorzeld door een lawine van onbeduidendheid.

Tegengesproken door slecht spellende luitjes die nog nooit buiten waren geweest, maar desondanks overal verstand van hadden.

Rechtgezet door mensen die meenden dat te kunnen doen, omdat ze zelf natuurlijk nooit iets fout hadden gedaan in hun leven.

Het was als het geven van een euro aan Haïti, als het zijn van Ave Mundus op het internet, als de column Luuk Koelman in de Metro.

Of was het in de Spits?

Na een paar maanden internet merkten zijn naasten dat Staart onrustig werd. Zijn ogen stonden raar, zijn haar viel uit, hij begon zich slordig te kleden. Zijn vrouwtje verliet hem, omdat ze er – zeer terecht – niet meer tegen kon. Zijn baas verweet hem geen concentratie meer te hebben voor het werk waar hij hem zo dik voor betaalde, en ontsloeg hem. Zijn voetbalclub begon trouwens ook weer gewoon te verliezen, en vaak ook.

’s Nachts werd Staart in zijn dromen belaagd. Door Micha Kat. Door Jakhals Erik. Door Stief Stiffboon. Door Bartbrew. Door prof. Hoxha. Door een eindeloos leger dat zichzelf labelde met namen als rukbeer134, Teun van het Tuinpad, Lucasdelinkselul, sufkut219 en Reet! Badend in het zweet schrok hij wakker, net na het moment dat gadgetkoning Vincent Everts met weidse armgebaren de nieuwste tablet door Staarts krappe, nimmer doorboorde, kontgat naar binnen duwde.

Wie wilde er in vredesnaam in zo’n wereld leven?

Onzin! Kom onder je steen vandaan! Hallo daar, het is 2010, niet 1894! Vuile pedo! Ruk je niet genoeg!

Die dingen waren nog nooit tegen hem gezegd,

En van Kraftwerk hadden ze zelfs nog nooit gehoord. Laat staan van Dostojevski, Nabokov of Babovic, en al helemaal niet van Prediker.

Maar Staart hoefde zijn ziel niet meer te verkopen, de onreine geest zat allang in hem. (Stone Roses, I wanna be adored).

Een familielid vertelde hoe hij, toen hij er de zin ‘nog wat loos op de internetz’ uit had geflapt, met tranen in de ogen stond, en hard was weggerend. Wij van Wegmetinternet weten dat hij, geheel terecht, zich had voorgenomen iedereen die ooit in zijn bijzijn zoiets zou zeggen, de kop van de romp zou slaan, om die kop vervolgens zes meter diep te begraven.

Je kon veel van Staart zeggen, maar consequent was hij wel.

Zijn romp ligt nog in internettistan, zijn kop is in Parijs.

Laten we vast beginnen met het beitelen van het door hem verlangde opschrift op zijn zerk, een citaat van Edgar Allan Poe.

Is all that we see or seem, but a dream within a dream?

Het laatste dat nog op zijn afscheidsbriefje stond:

Iedereen, buiten de fantastische redactie van Wegmetinternet en de geweldige Jaap den Ouden, geen succes verder in het leven.

Vooral Loek Essers niet.

Advertenties

Tags: , , , ,

Eén reactie to “Bas Staart (1988-2010), internettert without a cause”

  1. christinA eijkhout Says:

    One down, more to go?
    Of toch gewoon Whatever.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: